Kiewit - vliegveld

Aan het eenzame leven van de bezembinders op de Grote Heide van Kiewit, bij Hasselt, kwam in 1909 een einde door de komst van de 24-jarige Alfred Lanser.  Hij vond een geschikte motor en bouwde er zelf een vliegtuig rond. Om zijn toestel daadwerkelijk te testen zocht hij een zeer uitgestrekt terrein – iets wat hij in zijn omgeving niet vond. Hoe hij op Kiewit terechtkwam, vertelde hij veel later in een krant : “Een vriend vertelde me over een terrein in de buurt van Hasselt. En nu is het één van de eerste vliegvelden ter wereld.” 

Het terrein, een stuk grond van de gemeente Zonhoven gelegen op het grondgebied Hasselt, werd in die tijd gehuurd door Emile Vroonen, de kasteelheer van Kiewit.  Enkele jaren eerder hadden daar nog de renpaarden van burggraaf de Buisseret de heidegrond aangestampt. Daardoor was de zanderige ondergrond vrij hard, ideaal om er vliegtuigen te laten opstijgen en landen, zelfs bij regenweer. Ook de uitgestrektheid was een voordeel:  acht kilometer lang, drie kilometer breed. Nergens stonden bomen of huizen in de weg, de wind waaide er vrij regelmatig zonder al te veel hinderlijke windstoten. Hasselt en Zonhoven lagen maar op een paar kilometer afstand en er was een tramhalte in de buurt.

De onderhandelingen met terreineigenaar Emile Vroonen verliepen vlot en op 11 maart 1910 werd een akkoord getekend met de Aéro Club Liège Spa. In hotel De Wijngaard aan de Maastrichterstraat in Hasselt  vond op 2 april 1910 de eerste algemene vergadering plaats.

Op 15 mei 1910 werd het vliegveld Kiewit ingehuldigd. Toen telde de Aero Club Liège Spa al negentien vliegeniers onder de vijfhonderd leden:  Wilbur Wright, de vader van de vliegerij was erelid sinds de oprichting van de club in 1908. De Club stelde een intern en een sportreglement op.  De leden van de club mochten exclusief gebruik maken van het vliegveld in Kiewit. Ze betaalden daarvoor 200 frank per vliegtuig per jaar, plaats in een loods inbegrepen. En het clubbestuur zag het héél groots : Rondom het vliegveld kwamen een restaurant, terrassen, kantoren, tribunes en garages voor de auto. Telefoonverbindingen werden voorzien, windmeters en hoogtemeters werden opgesteld. De loodsen en de omheining, 1500 meter lang en 2,5 meter hoog, werden groen en wit geschilderd, de kleuren van de stad Hasselt.

Op Kiewit richtte ridder Jules de Laminne zijn vliegschool op. De Laminne nam verscheidene prominenten, waaronder Ferdinand van Saksen-Coburg, de Tsaar van Bulgarije mee voor een luchtdoop. Op 2 juli 1910 bezocht Generaal Hellebaut, de Minister van Oorlog, het vliegveld. Vijf dagen later nam de Laminne hem voor een vlucht mee. De minister raakte meteen overtuigd in het kunnen van de Laminne maar tevens in de mogelijkheden die door vliegtuigen geboden werden. Hellebaut vroeg hem of hij de militaire vliegers wilde opleiden, en zodoende zijn veld wilde onderverhuren aan het ministerie van Oorlog. Zodoende kunnen we stellen dat Kiewit het eerste militaire vliegveld is in de krijgsgeschiedenis van België.

Reeds op 12 september 1910 werd gestart met de opleiding, de eerste kandidaat was Onderluitenant der Artillerie Baudouin Montens d’Oosterwijck, die er het vliegbrevet 19 behaalde. Montens handelde echter geheel uit eigen inititiatief.

Diezelfde week, op 15 september, werd een eerste militair vliegtuig aangekocht, een Farman met een 50 pk Gnôme motor.

Op 3 oktober 1910 wees minister Hellebaut aan wie de eerste “officiële” militaire vlieger zou worden die te Kiewit zou worden opgeleid, het was de 24-jarige Hallenaar, Luitenant der Genie Georges Nélis.

Op het einde van het succesjaar 1910 stonden er in Kiewit zo’n twintig loodsen, waaronder ook die van de militaire vliegschool. Rond die periode sloot de Aéro Club Liège Spa ook een overeenkomst met Sylvain Gouverneur, de eigenaar van het vliegveld Liège-Aviation te Ans. De club zou ook voor Ans een sportief en een clubreglement opstellen. Daarmee waren de eerste stappen voor een verhuizing naar het Luikse gezet. Deze evolutie was te verwachten want in de statuten van de club stond duidelijk vermeld: “het promoten van de vliegsport in de provincie Luik en tijdelijk in de provincie Limburg!”

Ondanks het feit dat de Aéro Club van plan was om toch naar Luik uit te wijken, betekende niet dat Kiewit werd afgeschreven. Op het clubprogramma voor 1911 stonden naast drie meetings in Luik ook een meeting in Kiewit geprogrammeerd.

Na de Eerste Wereldoorlog was het Belgisch leger opnieuw aanwezig in Kiewit. Het 11de Linieregiment, gekazerneerd in Hasselt, hield er op maandag en donderdag  schietoefeningen. Voor de veiligheid van de buren en wandelaars werden er hoge aarden wallen aangelegd om verdwaalde kogels op te vangen. 

Pas in 1933 werd in Kiewit weer aan vliegen gedacht. Eén van de initiatiefnemers was garagehouder Télesphore George uit Hasselt. Samen met een aantal gelijkgestemden zocht hij contact met ridder Jules de Laminne. Hij schreef ook een brief aan burgemeester Jules Sterkmans van Zonhoven met de vraag om in Kiewit “opnieuw een school voor vliegkunst in te stellen”. De gemeente Zonhoven was nog altijd eigenaar van de gronden en zag wel wat in het voorstel van Georges. Dat lag wel anders bij de stad Hasselt en vooral bij de militairen van het 11de Linieregiment. Die wilden enkel wijken als Hasselt hen een ander geschikt oefenterrein ter beschikking zou stellen. Jules de Laminne, die al sinds jaren vrij goede  contacten onderhield met een aantal officieren, trad als bemiddelaar op. Na veel vijven en zessen werd er eind 1934 een akkoord bereikt.  Het leger kreeg een terrein van 72 hectare op de Daalheide in Zonhoven, iets ten noorden van Bokrijk,  en de stad Hasselt kreeg 28 hectare op de Grote Heide voor 6000 frank per jaar. Zo had koning Albert I het trouwens bepaald in een besluit dat hij op 12 februari, amper vijf dagen voor zijn onverwachte dood, nog had getekend.

Terwijl leger, stad Hasselt en gemeente Zonhoven aan het kibbelen waren zaten de vliegeniers niet stil. Op 10 augustus 1933 richtten ze de “Limburg Aviation Club” op, met als devies “Honneur et Patriotisme”. In de oprichtingsnota stond: “In Limburg een degelijk vliegveld uitbouwen met installaties die daarvoor nodig zijn. Bijdragen tot de uitbouw van het binnen- en buitenlandse luchtverkeer. Een vliegschool opzetten waar meerdere piloten kunnen gevormd worden. Deze piloten de kans bieden om hun sport zo veilig en zo goedkoop mogelijk te beoefenen.”

Om het verwaarloosde terrein weer vliegklaar te maken deed de club een beroep op de Belgische Boerenbond voor het nivelleren en inzaaien van de gronden. Na inspectie door het Bestuur der Burgerluchtvaart werden de installaties goedgekeurd. Bij die openingsplechtigheid tekenden de pioniers van weleer present: Alfred Lanser was er, net als kolonel Dhanis, majoor Bronne, Jan Olieslagers, Fernand Lescarts, Léon de Brouckère en priester Delvoie. En daarmee kon er weer naar hartelust worden gevlogen in Kiewit.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wendden de Duitsers het aan als schijnvliegveld. Er stonden namaakvliegtuigen opgesteld en 's nachts kon men een zogezegd landingspad verlichten. In 1944 rapporteerde men friese ruiters en andere verplaatsbare obstructies om een geallieerde luchtlanding te verhinderen.

Locatie
Luchtvaartstraat 100
Hasselt
be
Type Locatie: 
Vliegveld
Bronnen: 
De Greeve Karin: Een eeuw luchtvaart boven Kiewit, Flying Pencil, Erembodegem, 2009
The National Archives - AIR40/1231
Twitter icon
Facebook icon
Google icon
LinkedIn icon
Pinterest icon
e-mail icon